Betonnen strandpalen op Goeree tonen restant van fijnmazig meetsysteem

Betonnen strandpalen; ik wist dat ze bestonden want jaren geleden kwam ik er een tegen op het strand van Voorne. Omdat het een unicum was zette ik hem met een foto in mijn boek ‘Strandpalen van Nederland’. Een paar jaar later trof ik in een beeldarchief een foto uit 1960 van een soortgelijke paal aan de andere kant van het eiland, paal 16 bij Rockanje. Betonnen strandpalen waren hier dus niet ongewoon geweest. Maar nog steeds waren het er maar twee, waarvan een niet meer bestaand. Dus veel wist ik nog steeds niet.
Maar toen werd ik een tijdje geleden geattendeerd op nog twee soortgenoten, nu op Goeree, een eiland verder. Natuurgids Geert Faasse had me al eens eerder gewezen op bijzondere exemplaren. Een vriend had zijn aandacht nu op deze gevestigd. Die had foto’s met GPS-coördinaten gestuurd. Afgelopen week gingen we ze samen opzoeken. Zo makkelijk was dat nog niet want GPS werkt wel nauwkeurig, maar in de laatste tien of twintig meter moet je het vaak toch nog zelf uitzoeken en dat valt niet mee in een bosje met vele kleuren groen.
Het was zoals vaak met strandpalen: ze vragen geen aandacht. Ze zijn zo vergroeid met hun omgeving dat je er zo aan voorbij zou lopen. Dat moet met deze twee ook duizenden keren zijn gebeurd in de loop van de jaren. De kleur van het verweerde beton draagt er ook niet aan bij dat je oog er van verre op valt.
We vonden ze tenslotte toch en we konden meteen vaststellen dat ze van dezelfde makelij waren als de betonnen palen op Voorne. Vorm, afmetingen en cijfers kwamen overeen. Daar kwam als kers op de taart nog bij dat ze allebei wit geschilderde banden onder de kop hadden om aan te geven dat ze de zoveelste (derde en vierde) op de raai waren. Precies zoals dat bij houten strandpalen vroeger ook gebeurde. Ze hadden hetzelfde nummer, 38. Dat gaf ons wel een kick. Niet alleen hadden we hier twee heel zeldzame betonnen exemplaren ontdekt, maar het waren er ook nog eens twee met een hoog rangnummer op dezelfde raai – iets wat je tegenwoordig zelden tegenkomt.
Eén ding bleef ons een beetje storen. Op beide palen was naast het cijfer 38 een hoofdletter B in het beton gestempeld. Wat deed die letter daar, die met geen enkel kenmerk te vergelijken was op de strandpalen langs de rest van de kust? Opnieuw een unicum, maar aan een unicum beleef je minder plezier als je de betekenis ervan niet begrijpt.
Het was Faasse tenslotte, toen we ons al klaar maakten om na uitvoerige fotosessies weer op pad te gaan, die met de oplossing kwam. ‘Je had vroeger toch zoiets als een raaienster?’, zei hij. Op hoeken of bochten in de kust kwam het inderdaad voor dat vanuit één strandpaal, met één nummer, een hele reeks raaien zeewaarts werd getrokken voor metingen van de vooroever. Samen vormden die dan een soort ster, waarvan alle ‘stralen’ hetzelfde nummer hadden.
Opeens viel bij mij ook het kwartje. We stonden helemaal op de westelijke punt van Goeree. Als dus ergens de kust een bocht maakte, vroeger en nu, dan wel hier. Paal 38, de laatste strandpaal in de reeks langs de kust die destijds per halve kilometer werd genummerd, was dus het middelpunt geweest van zo’n raaienster. En de raaien vanuit dat middelpunt werden hier niet zoals elders met cijfers van elkaar onderscheiden, maar met letters! 38B was de tweede raai geweest vanuit dat middelpunt. Deze twee betonnen palen hadden allebei op die tweede raai gestaan, de een als derde en de ander als vierde!
Met een gouden ingeving had Faasse de sleutel aangereikt voor de oplossing van een raadsel dat anders misschien wel altijd een raadsel zou zijn gebleven - en voor een kleine maar niet onbelangrijke uitbreiding van ons begrip van het voormalige Rijksstrandpalenstelsel.